Betrouwbare bakkwaliteit leveren met minder stikstof vraagt om slimme keuzes

Friday September 18, 2026
De Nederlandse bakkerijsector streeft naar meer Nederlands baktarwe in het broodschap. Met deze ambitie komt er direct een uitdaging om de hoek: de stikstofuitstoot moet omlaag. Agronomisch onderzoeker Erik Reijnierse en keurmeester Marc de Wit laten zien welke oplossingen er zijn voor de sector.
Als het brood uit de oven komt, is het verschil direct zichtbaar. Het ene brood, Nederlands busbrood, is hoog en luchtig, het andere brood blijft laag en stevig. Beide broden zijn bereid met hetzelfde recept en bakproces, met een verschil: de tarwe. Preciezer: het eiwitgehalte in de bloem. “Het eiwitgehalte en de samenstelling zijn bepalend voor de kwaliteit van het brood”, zegt agronoom Erik Reijnierse van WUR Open Teelten. “Uit proeven met stikstoftrappen van 0, 160, 200 en 240 kilogram stikstof per hectare zien we het patroon steeds terugkomen: hoe meer stikstof, hoe hoger de opbrengst en het eiwitgehalte. Minder stikstof kan de teelt duurzamer maken, maar drukt direct op beide.”
Grenswaarde
Reijnierse stelt dat er speelruimte is, maar niet overal. “Als we een deel van de stikstofgift later in het seizoen toedienen, blijft het eiwitgehalte beter op peil”, legt hij uit. “Ook het type mest speelt een rol. Op gronden met hoge stikstofnalevering is het mogelijk om bakwaardige tarwe te produceren met minder kunstmestinput. Al lijkt een N-gift van 200 kilogram stikstof per hectare toch het minimum”, plaatst hij direct een kanttekening.
Lees HIER het hele artikel in de nieuwste (digitale) uitgave van NBT Magazine
Als het brood uit de oven komt, is het verschil direct zichtbaar. Het ene brood, Nederlands busbrood, is hoog en luchtig, het andere brood blijft laag en stevig. Beide broden zijn bereid met hetzelfde recept en bakproces, met een verschil: de tarwe. Preciezer: het eiwitgehalte in de bloem. “Het eiwitgehalte en de samenstelling zijn bepalend voor de kwaliteit van het brood”, zegt agronoom Erik Reijnierse van WUR Open Teelten. “Uit proeven met stikstoftrappen van 0, 160, 200 en 240 kilogram stikstof per hectare zien we het patroon steeds terugkomen: hoe meer stikstof, hoe hoger de opbrengst en het eiwitgehalte. Minder stikstof kan de teelt duurzamer maken, maar drukt direct op beide.”
Grenswaarde
Reijnierse stelt dat er speelruimte is, maar niet overal. “Als we een deel van de stikstofgift later in het seizoen toedienen, blijft het eiwitgehalte beter op peil”, legt hij uit. “Ook het type mest speelt een rol. Op gronden met hoge stikstofnalevering is het mogelijk om bakwaardige tarwe te produceren met minder kunstmestinput. Al lijkt een N-gift van 200 kilogram stikstof per hectare toch het minimum”, plaatst hij direct een kanttekening.
Lees HIER het hele artikel in de nieuwste (digitale) uitgave van NBT Magazine

